Mededeling

Collapse
No announcement yet.

VOC-schip De Rooswijk.

Collapse
X
 
  • Filter
  • Tijd
  • Show
Clear All
new posts

  • VOC-schip De Rooswijk.

    Het was 8 januari 1740. Honderden mensen gingen aan boord van het VOC-schip De Rooswijk. Richting Indië vertrokken ze, het schip volgeladen, met kapitein Daniel Ronzieres aan het roer. Een storm maakte snel een einde aan het zee-avontuur. Nu, bijna 300 jaar later, wordt het schip deels geborgen. Het verhaal van De Rooswijk.
    De lading bestond uit dertig kisten staafzilver en zilveren munten, ter waarde van 300.082 gulden. De bemanningsleden hadden zich pas kort voor vertrek ingeschreven aan de wal in Texel. Dat gebeurde vaak uit noodzaak, om maar een inkomen te hebben. De bemanning bestond ook niet uit alleen Nederlanders: voor de reizen schreven zich veel Duitsers en mensen uit Scandinavië in.
    De bemanning was arm en nam niet veel meer mee dan de kleding die ze op het moment van vertrek droegen. Een eigen bord en lepel voor het avondeten waren wel vereist.
    Ze sliepen onderdeks, in een grote ruimte. Daar had elk bemanningslid een eigen hangmat. Ze lagen dicht op elkaar, zonder frisse lucht. Het was dus geen frisse bedoening, en zeker geen comfortreisje.
    Het hogere personeel, zoals officieren en passagiers, sliepen in de hutten achter op het schip. Die waren iets comfortabeler, maar niet comfortabel: de hut bestond uit niets meer dan een deur, ramen en een aantal bedden. Vooral de ramen waren een luxe, want die zorgden voor de frisse lucht die de bemanningsleden onderdeks niet kregen.
    De eerste dag was het overgrote deel van de ploeg bezig met zeilen. De bemanning die niet voer, was bezig met onderhoud of hield de wacht. De passagiers verveelden zich vooral. Ze deden spelletjes, sneden hout en maakten muziek.
    's Avonds aten de lagere bemanningsleden in de kombuis. Met hun eigen meegebrachte bord en lepel kregen ze eten uit een grote pan. De keuzes beperkten zich tot bonen, gedroogd vlees of vis.
    Ook waren er kippen en varkens aan boord. De eieren van de kippen werden gegeten, en de kippen en varkens werden geslacht. Omdat water niet lang houdbaar was, werd vooral bier en jenever gedronken.
    Het wassen en de lichamelijke hygiëne waren een ander probleem. Wassen moest in zout water en zout water droogde niet snel op. Daarom werd een regenbui met open armen ontvangen: wassen in zoet water was veel fijner. Regende het? Dan gingen zoveel mogelijk mensen op het dek staan.
    Sommige vrouwen verkleedden zich als man om toch mee te kunnen varen, maar daar stond een zware straf op als ze erachter kwamen: kielhalen. Daarbij kreeg de vrouw een ijzeren tuig aan en werd ze met een touw onder de kiel van het schip door getrokken. Het is onduidelijk of dat bij de Rooswijk ook is gebeurd.

    En toen kwam de ramp...
    De volledige ervaring heeft de bemanning van De Rooswijk nooit meegemaakt. Een dag na vertrek kwam het schip in een storm terecht.
    In het Engelse Deal hoorden bewoners kanonschoten, een teken dat een schip in nood was. Ze konden echter niet helpen. Het schip verging op 9 januari voor de kust van Engeland met honderden mensen aan boord. Geen van de bemanningsleden overleefde de ramp.
    Een dag later spoelde wrakhout aan op het strand, samen met een kist vol brieven waaruit bleek welk schip was vergaan.
    In 2004 werd het scheepswrak per toeval ontdekt door een timmerman en een duiker. Een deel van de lading werd geborgen: zilveren munten, sabels, kanonnen, musketten. Maar ook kookgerei, een kaarsendover, een bril en een mosterdpotje met de lepel er nog in.
    In 2007 werd een deel van de geborgen lading aan Nederland overgedragen.
    Nu ligt het schip op 20 tot 25 meter diepte. Het is moeilijk te zien, maar wel te bereiken voor duikers. De Rooswijk wordt binnenkort geborgen en onderzocht. Dat is opmerkelijk, want de vindplaatsen van scheepswrakken worden normaliter beschermd en intact gelaten.
    Dit schip wordt echter bedreigd door de erosie. Het zand spoelt weg en dat kan het wrak beschadigen. Ook heeft de paalworm al zoveel gaten in het hout van het schip gebeten, dat de Rooswijk een 'gatenkaas' wordt genoemd.

    Waardevolle lading.
    De Rooswijk zonk met een grote lading zilveren staven en munten aan boord, maar daarvan zijn geen sporen meer teruggevonden. Tien jaar geleden werd het wrak namelijk al onderzocht door avonturier en commercieel berger Rex Cowan. Hij haalde de kostbare lading boven water. Cowan maakte daarover afspraken met het ministerie van Financiën (beheerder van de materiële erfenis van de VOC). Een kwart van de ‘buit’ ging naar de Nederlandse staat, de rest was voor Cowan.
    Tegenwoordig is het wrak van waarde voor archeologen om meer te weten te komen over deze tijdsperiode. In totaal zijn zo’n 250 Nederlandse VOC-schepen vergaan, waarvan er slechts een dertigtal zijn gelokaliseerd. Niet eerder werd een VOC-schip op deze schaal wetenschappelijk onderzocht en opgegraven.

    Munten-van-de-Rooswijk..jpg

    Munten die aan boord van De Rooswijk zijn gevonden.

    Bron: Historiek ( Laatste update: 30 augustus 2019 ).
    Vriendelijke groet, Hans.

    "Om de kracht van het anker te voelen moet men de storm trotseren". (Pas als je iets ernstig meemaakt, weet je op wie je kan vertrouwen).

  • #2
    Dit soort verhalen lees ik graag.

    Reactie


    • #3
      Dank kannonier

      De naam Rooswijk verwijst waarschijnlijk naar een voormalige buitenplaats in Velsen, die in 1735 in handen komt van wapen- en ijzerhandelaar Reynier Bouwens. Omdat Bouwens tegelijkertijd de functie van bewindhebber bij de VOC bekleedt, is de kans groot dat de Rooswijk is vernoemd naar diens verblijf in Velsen. Bewindhebbers van de Compagnie vernoemen nieuwe schepen namelijk vaak naar hun eigen buitenplaatsen.

      De VOC heeft jaarlijks tientallen schepen nodig voor de vaart van en naar Azië. Daarnaast moeten er ook genoeg schepen voorhanden zijn om de routes in het octrooigebied te bevaren. Op de scheepswerven van de kamers in de Republiek worden de grote scheepstypen gebouwd. Zo bouwt de kamer van Amsterdam zijn schepen op het eiland Oostenburg, in het noordoosten van de stad. Op dit terrein verrijst in de zeventiende eeuw een imposant magazijn, waar onder meer goederen voor de uitrusting van schepen liggen opgeslagen. Verder omvat Oostenburg een lijnbaan, smederij en andere werkplaatsen, en zijn er op de werf drie scheepshellingen te vinden voor de tewaterlating van schepen.
      Op Oostenburg wordt in 1737 een spiegelretourschip gebouwd met een lengte van 145 Amsterdamse voet (ca. 41 meter). Het schip krijgt de naam Rooswijk. Spiegelretourschepen worden door de VOC ingezet om naar Azië te varen en vervolgens weer retour te komen. De platte achterzijde, ook wel spiegel genoemd, maakt de naamsverklaring van het type compleet. De schepen beschikken over een ruime capaciteit voor handelswaar en zijn vaak goed bewapend. Om die reden worden ze ook in Azië gebruikt, om in oorlogssituaties de doelen van de Compagnie te kunnen dienen. Hoewel de lengte van de Rooswijk overeenstemt met de standaard afmetingen van spiegelretourschepen die de kamer van Amsterdam bouwt, staat het schip als hekboot aangeduid in een lijst met VOC-schepen die rond 1800 is gemaakt. Historisch onderzoek door het IISG in het kader van het project #Rooswijk1740 heeft uitgewezen dat de Rooswijk in deze bron vermoedelijk is verward met de Velsen, een VOC-schip van het type hekboot dat ook in 1737 op Oostenburg is gebouwd.

      Bron: De VOC: bejubeld en berucht.
      Vriendelijke groet, Hans.

      "Om de kracht van het anker te voelen moet men de storm trotseren". (Pas als je iets ernstig meemaakt, weet je op wie je kan vertrouwen).

      Reactie

      Working...
      X