Mededeling

Collapse
No announcement yet.

Karel Dahmen, Engelandervaader, and officer in the RNN

Collapse
X
 
  • Filter
  • Tijd
  • Show
Clear All
new posts

  • Karel Dahmen, Engelandervaader, and officer in the RNN

    Karel Dahmen is 92 but in good health and lives 9,000 ft up in the Colorado mountains - a long way from the Netherlands.

    He left Scheveningen on the ZEEMANSHOOP on the 14 May 1940 and arrived at Dover aboard HMS VENOMOUS the following day.

    He had an interesting and varied career in the RNN as the RDF operator on the Jacobs Van Heemskirk, a Sub Lt on the staff of the Dutch Naval Liaison Office at the Admiralty in London, on HNMS Isaac Sweers, with the 9th Flotilla of MTB at Dover and training with the SeaBees in the USA in preparation for the invasion of the Dutch East Indies and then pacifying the former colony after Japan's surrender.

    With his help I have written an account of his wartime career which can be seen at: http://www.holywellhousepublishing.co.u ... tml#Dahmen

    Is there anybody on this Forum who served with him in the war?

    Or knows anybody who did?

    Bill Forster
    Holywell House Publishing
    http://www.holywellhousepublishing.co.uk

  • #2
    5 juli 1940 – Eerste Noordzee-oversteek door Engelandvaarders.

    Met de oprichting van de Luchtvaartafdeeling, als onderdeel van de Koninklijke Landmacht, werd op 1 juli 1913 de kiem gelegd voor de Nederlandse militaire luchtvaart. De ‘aviatiek’ stond toen nog in de kinderschoenen, maar al snel was het luchtwapen niet meer weg te denken uit het krijgsbedrijf. Binnen enkele decennia ontwikkelde de legervliegdienst zich van bescheiden hulpwapen tot modern zelfstandig krijgsmachtdeel.

    Tijdens de Tweede Wereldoorlog weten rond de 2000 Nederlanders vanuit bezet gebied te ontkomen naar Engeland om zich aan te sluiten bij de geallieerden. Van deze zogeheten Engelandvaarders komen er ruim 220 terecht in een vliegende functie bij de RAF. Er zijn drie mogelijke routes naar Engeland: over de Noordzee; via Scandinavië of via de zuidelijke route door België, Frankrijk en eventueel Zwitserland richting het neutrale Spanje. De route over de Noordzee is het snelst, maar tegelijkertijd het gevaarlijkst: de kans op ontdekking of verdrinking is groot. Niettemin wagen de eerste Engelandvaarders de oversteek via deze weg.
    Zo ook de Leidse studenten L.C.M. van Eendenburg, A.D. Vas Nunes en E.F.K. Michielsen. Op 5 juli 1940 vertrekken ze in een twaalfvoetsjol vanaf het strand van Noordwijk, nota bene onder de ogen van een nietsvermoedende Duitse soldaat. De Duitsers krijgen toch argwaan en nemen het kleine bootje tevergeefs onder vuur. De Nederlanders zijn dan al ver genoeg op zee. Twee dagen later wordt het drietal ter hoogte van Great Yarmouth opgepikt door een Britse mijnenveger. Koningin Wilhelmina kent hun het Bronzen Kruis toe.
    De drie studenten zijn de eerste Engelandvaarders die de route over de Noordzee succesvol weten af te leggen. Ze worden al snel gevolgd door de scholieren D. Sajet en B. Tammes, die begin augustus met een klein bootje vanuit het Zeeuwse Veere vertrekken. Met uitzondering van Michielsen treden zij allemaal in dienst van de RAF. Sajet overlijdt in juni 1941 als leerling-vlieger aan de gevolgen van een ongeval. Vas Nunes en Tammes maken carrière als oorlogsvlieger. Dat doet ook Van Eendenburg. Die schopt het in september 1944 zelfs tot de eerste Nederlandse commandant van 322 (Dutch) Squadron. In totaal lukt het ruim 170 Nederlanders in 31 geslaagde pogingen via de Noordzee naar de overkant te komen.

    Screenshot_2019-10-01 5 juli 1940 - Eerste Noordzee-oversteek door Engelandvaarders(1).png

    Bron: Historiek ( juli 2019 ).
    Vriendelijke groet, Hans.

    "Om de kracht van het anker te voelen moet men de storm trotseren". (Pas als je iets ernstig meemaakt, weet je op wie je kan vertrouwen).

    Reactie


    • #3
      Venomous schreef Bekijk Berichten
      Karel Dahmen is 92 but in good health and lives 9,000 ft up in the Colorado mountains - a long way from the Netherlands.

      Bill Forster
      Het bovenstaande citaat dateert uit 2011. Volgens Wikipedia is Karel Dahmen gelukkig nog onder ons
      en heeft hij op 23 mei jongstleden zijn 100-ste verjaardag gevierd.

      Met vriendelijke groet,
      Titanicje
      I want to live in peace. Not in pieces.

      Reactie


      • #4
        Een stukje uit de Volkskrant van 15 mei 2015, dat ik u, geachte forumleden niet wil onthouden.

        'Kom, we gaan naar Engeland.' Dat was ongeveer het eerste dat Karel Dahmen (95) tegen zijn huisgenoot Jo Bongaerts zei nadat hij op 14 mei 1940 op de radio had gehoord dat het Nederlandse leger had gecapituleerd. Hij zei het in een vlaag van woede - in het Roermonds. 'We dachten niet aan een vaderlandse plicht of zo', zegt Dahmen. 's Middags hadden ze vanuit Delft, waar ze aan de Technische Hogeschool studeerden, Rotterdam zien branden. 'Enorme rookpluimen waar de vlammen doorheen priemden.'

        Dahmen had zijn beslissing in een flits genomen, tijdens het avondmaal. Bongaerts had iets meer bedenktijd nodig: 'Wacht even. Ik moet m'n eitje nog opeten.'
        Ze fietsten naar Scheveningen. 'We dachten: al die vissers willen natuurlijk ontsnappen', zegt Dahmen. Maar tot hun verbazing gebeurde er niets op zee en duidde niets erop dat schepen klaar werden gemaakt voor vertrek - hoewel de kades werden bevolkt door honderden vertwijfelde mensen die naar Engeland wilden ontkomen.
        In de meute troffen Dahmen en Bongaerts een bevriende Delftenaar aan, de werktuigbouwkundige Harry Hack. Die had zijn oog laten vallen op de Zeemanshoop, een reddingsboot. Ze braken het motorluik open en kregen de motor aan de praat - met behulp van bemanningslid Tinus Rog, die daarna weer in de mensenmassa verdween. 'Ik was benedendeks om mijn volkomen nutteloze bijdrage te leveren aan het starten van de motor', zegt Dahmen. 'Toen die begon te puffen, stak ik mijn hoofd boven het luik uit en zag een woud van benen. Tientallen mensen waren op het verlossende geluid van de motor afgekomen. De boot was meteen overvol.'

        Zeemanshoop.jpg

        Proviand was er niet. 'Een paar sinaasappels en wat water. En misschien een fles cognac om drenkelingen op verhaal te brengen. We wisten niet hoe groot de voorraad dieselolie was. Dat was wel een punt van zorg. Ik zat, toen we eenmaal op zee waren, te prakkiseren of ik van een stompje mast en wat dekzeilen nog een zeil kon maken waarmee we met 1 knoop een beetje hadden kunnen doorscharrelen.'
        De 42 opvarenden merkten Dahmen, Bongaerts, Hack en Lou Meier, een Groningse student die zich bij hen had gevoegd, aan als 'de bemanning'. 'Dat suggereerde een professionaliteit die wij niet hadden', zegt Dahmen. 'Alleen Hack kon met zijn ervaring en karakter de leiding op zich nemen, maar ik was slechts een zeilbootmannetje.
        'Na een paar uur varen beseften de opvarenden dat zij zich hadden toevertrouwd aan een stelletje amateurs. Ik herinner mij nog dat een van hen, Otto Neurath, 's nachts achter in de kuip naast me kwam zitten. 'Aber, wo sind wir jetzt?' vroeg hij. Ik zei: 'Dass weiss ich nicht.' 'Aber Sie können doch Ihre Position ausrechnen?' 'Nein, dass kann ich auch nicht.' 'Ah, ist dass nicht so leicht?' 'Nein, das ist nicht so leicht.' Later informeerde hij nog naar de prijs van de overtocht. Hij was aangenaam verrast toen ik hem vertelde dat die gratis was.'
        In een boek dat gisteren tijdens een herdenkingsbijeenkomst in Scheveningen werd gepresenteerd (Weg, ontsnapt aan de Duitse bezetting, van Danny Verbaan) is sprake van 'een opstand' aan boord van de Zeemanshoop: sommige opvarenden zouden erop hebben aangedrongen terug te keren. Dahmen houdt het erop dat er 'enig meningsverschil was over de route'. Hack wilde koers zetten naar Frankrijk: 'Dan kunnen we meteen met de moffen gaan vechten.' Sommige opvarenden wilden inderdaad terug naar Nederland. 'Maar Hack zei: wie terug wil, moet zwemmen. Daarmee was de discussie eigenlijk wel ten einde.' Bij Dahmen zelf leefde 'de heel sterke wens' om door te varen naar Engeland.
        Het is de vraag of de Zeemanshoop die bestemming ooit op eigen kracht zou hebben bereikt: het bootje koerste naar het westen toen het na zo'n 19 uur varen op 15 mei 1940 werd opgepikt door de Britse torpedobootjager Venomous. Jaren na dato zag Dahmen een foto die aan boord van de Venomous van de opvarenden is gemaakt. 'Ze hadden bijna een etmaal op elkaar gepropt gezeten. Daarvan is op die foto niets te zien: ze toont keuvelende heren met hoeden en dames met handtasjes. Ongelooflijk.'
        Aan boord van de Venomous dronken Dahmen, Bongaerts, Meier en Nack thee met gecondenseerde melk in de hut van de kapitein, die welwillend naar 'ons verhaaltje' luisterde. In Londen werden de bemanningsleden en de opvarenden van elkaar gescheiden. Dahmen heeft de meesten nooit meer gezien.
        Hij bracht korte tijd door op Oxford en heeft 'suikerbieten gewied' bij een boer. 'Dat was geen prettige bezigheid. Normaal trokken de Engelsen daar Ieren voor aan.' Hij werd assistent machinist op het koopvaardijschip Jupiter, was matroos op de (gloednieuwe) kruiser Jacob van Heemskerck en was enige tijd als verbindingsofficier werkzaam bij de Britse admiraliteit. In die hoedanigheid nam hij als eerste in Londen kennis van de vernietiging van de geallieerde vloot tijdens de Slag op de Javazee (1942). 'Het was een droeve tijd', zegt Dahmen. Vooral vanwege het weinig dynamische karakter van zijn werkzaamheden. 'Gelukkig liet mijn commandant mij af en toe uit. Dan mocht ik een rondje varen op een mijnenveger of voer ik mee op de proeftocht van een nieuw schip.'
        Na de oorlog werkte Dahmen in Indonesië, Nederland en de VS, waar hij sinds 1967 woont. Aanspraak op de status van Engelandvaarder ontleent hij niet aan de overtocht met de Zeemanshoop. 'Anders dan degenen die in latere jaren de overtocht waagden, hebben wij geen grote gevaren ondervonden. Toen we onder vrij gunstige omstandigheden Nederland verlieten, had ik nog geen Duitser gezien.' Als redder van Joden merkt hij zichzelf al helemaal niet aan. 'Die mensen waren op een gegeven moment gewoon aan boord.'

        De reddingsboot Zeemanshoop heeft hij sinds de overtocht nog tweemaal gezien: een keer kort na de oorlog in de Amsterdamse marinehaven en gisteren tijdens de herdenking van de overtocht in Scheveningen - waartoe Bill Foster, zoon van een bemanningslid van de Venomous het initiatief had genomen. Hier trof Dahmen nazaten van de mensen die hij in veiligheid heeft gebracht en de enig overlevende opvarende: de 92-jarige Louis Abraham (Loet) Velmans.

        Bron: de Volkskrant.
        Last edited by j.sprong; 1st November 2019, 09:38.
        Vriendelijke groet, Hans.

        "Om de kracht van het anker te voelen moet men de storm trotseren". (Pas als je iets ernstig meemaakt, weet je op wie je kan vertrouwen).

        Reactie

        Working...
        X